Gezondheid van mijn paard

Giftige planten

 

 Giftige planten

 


 

Paardeneigenaren weten dat er een aantal plantensoorten bestaan die giftig tot zeer giftig voor paarden zijn wanneer zij die eten. Gelukkig zijn paarden over het algemeen zeer kieskeurige en voorzichtige eters en veel van deze giftige planten niet smakelijk waardoor paarden er niet snel aan zullen beginnen. Toch komen vergiftigingen regelmatig voor.


Meestal moet een paard een grote hoeveelheid plant(delen) verorberen om een dodelijke portie naar binnen te krijgen. Er zijn echter ook planten waarbij slechts een geringe dosis al dodelijk kan zijn. Het kan voorkomen dat paarden wel giftige planten gaan eten als er te weinig gras in de wei staat of wanneer deze planten gedroogd in het hooi voorkomen. Gedroogde giftige planten zoals bijvoorbeeld Sint Jacobskruiskruid in hooi smaken niet meer vies en worden door het paard gewoon gegeten.


Het gif kan zitten in de zaden van planten, maar ook in de bladeren of bloemen. Wees daarom altijd alert dat je paard dus niet zomaar ergens aan begint te eten. Zorg ervoor dat de wei en de omgeving waar het paard gehuisvest is, vrij is van giftige planten. Daarnaast moet je ook opletten wanneer de weide gelegen is aan een aanpalende tuin. Paarden eten soms zaden, vruchten of bladeren van overhangende struiken of bomen. Voer nooit snoei- of tuinafval aan paarden.


Soms zie je paarden die halsreikend proberen de randen naast de weide te eten. Vooral wanneer er in de herfst onvoldoende gras is en er onvoldoende wordt bijgevoerd. Meestal bevatten slootkanten of boorden onkruid. Ook moet je zeer goed opletten wat voor een hooi je koopt. Vermeld de leverancier dat het hooi aan paarden gevoerd wordt. Koop nooit minderwaardig hooi want als schadelijke planten droog in het hooi terecht komen zijn ze nog moeilijker te onderscheiden en te verwijderen.


Ruiters laten op een buitenrit hun paard soms grazen langs een wegberm of binden hun paard vast aan een boom. Doe dit echter nooit, veel wegbermen bevatten giftige planten en het schors van sommige bomen kan ook giftig zijn voor paarden.


Bel direct de dierenarts als je vermoedt dat je paard een giftige plant heeft gegeten. Indien mogelijk laat je de dierenarts zien welke plant het om gaat of geef een beschrijving van de plant die jouw paard heeft gegeten.

 

Hieronder volgt een beschrijving van giftige planten.


 

Sint Jacobskruiskruid


Sint Jacobskruiskruid is giftig voor de meeste zoogdieren waaronder dus ook voor het paard. Het grootste gevaar is dat het gif een cumulatieve werking heeft. Het gif wordt namelijk permanent opgeslagen in de lever. Tegengif bestaat er niet. Als de dodelijke hoeveelheid is bereikt, zal het paard sterven. Bij het grazen wordt het kruid door paarden gemeden, behalve bij schaarste aan andere planten. In de vorm van hooi of kuilvoer wordt de plant niet meer door de dieren herkend. Het ziektebeeld kan bestaan uit loomheid, gewichtsverlies, diarree, geen eetlust en veel drinken.

Het grootste gevaar schuilt in hooi en kuilvoer. Ongemerkt kunnen dieren dan het giftige Jakobskruiskruid binnen krijgen. Het verwijderen van de planten uit het hooi is bijna ondoenlijk, omdat de bladeren verbrokkeld kunnen zijn. Het gif bestaat uit pyrrolizidine alkaloïden, die het lichaam binnen 24 tot 48 uur voornamelijk via de nieren verlaten, maar het kan ook via melk en de longen (denk daarbij aan bijv. alcohollucht).

 

 

 

Pyrrolizidine alkaloïden hebben een cumulatief effect. Zowel de opname van een grote hoeveelheid in één keer, als de opname van kleine hoeveelheden over langere tijd kunnen leiden tot beschadiging van de lever en ziekteverschijnselen. Hoewel kruiskruidvergiftiging de lever dus op een onomkeerbare manier kan beschadigen, is het effect van deze beschadiging op de gezondheid van een dier niet altijd onomkeerbaar. Tot op zekere hoogte kan de functie van de afgestorven levercellen overgenomen worden door andere levercellen. Als de aangebrachte schade echter te groot is, dan is dit niet meer mogelijk en als de levercapaciteit met 50-70% is afgenomen ontstaan er verschijnselen van leverziekte. Een dier kan dus PA's opnemen, maar als de hoeveelheden zodanig zijn, dat de lever het kan compenseren, zie je niets aan het dier, ook niet in het bloed. Bij hogere niveaus zie je eerst afwijkende bloedwaarden (o.a. leverenzymen), en vervolgens verschijnselen. Hoe hoog deze niveaus zijn is niet bekend, maar dit zal ook per diersoort en per individu verschillen.

 

 

Vingerhoedskruid/ digitalis

Vingerhoedskruid komt in wilde en verwilderde vorm voor in bossen, bermen en tuinen. vooral de bladeren bevatten veel giftige stoffen. Paarden sterven na opname van 100-200 gram blad. Voor herkauwers is vingerhoedskruid lang niet zo giftig omdat de stoffen in de pens worden omgezet.

De plant bevat de glycosiden: digoxine, gitoxine en gitaline en is erg giftig. Digoxine wordt gewonnen uit de bladeren van tweejarige planten en wordt gebruikt bij behandeling van bepaalde hartritmestoornissen. Deze toepassing is voor het eerst beschreven door de Engelse arts William Withering.

Digitalus-vergiftiging ontstaat door een overdosis Digitalus. De verschijnselen zijn een verminderd gezichtsvermogen, het zien van vage omtrekken en in ernstige gevallen een gevaarlijk lage hartslag. Specifiek hierbij is dat het niet alleen remmende werking heeft op de frequentie van het door effect op de sinusknoop (de natuurlijke pacemaker van het hart) maar ook een remmende werking heeft op de geleidende functie van de atrioventriculaire knoop (AV-knoop, het 'koppelcentrum tussen geleiding van boezems en kamers). Hierdoor kan een gecombineerde afwijking van het hartritme ontstaan.

 

 

Monnikskap

Monnikskap is een sierplant die vaak in tuinen staat. In Nederland komt de plant niet in het wild voor. De plant bevat een aantal zeer giftige stoffen die onder andere een hartverlamming kunnen veroorzaken.

 

 

Doornappel

De doornappel is een éénjarige plant met witte bloemen. De bladeren en de zaden zijn giftig. Deze plant komt voor op braakliggende hoekjes grond en vuilnishopen, daardoor zal het niet vaak voorkomen dat een paard ervan eet.

 

Nachtschades

De aardappel, de tomaat en de zwarte nachtschade behoren tot de familie der nachtschades. Alle nachtschades bevatten de giftige stof solanine. Bij de aardappel komt de solanine voor in het loof, de vruchtjes en de spruiten. Ook groen geworden aardappelen bevatten solanine. Van de tomaatplant is het loof giftig en bij de zwarte nachtschade de zwarte bessen. De zwarte nachtschade is een veel voorkomend onkruid in akkerbouwpercelen.

Klaproos


Klaprozen komen veel voor in wegbermen en in bouwland. De plant is vooral giftig tijdens de bloei en het begin van de zaadvorming.

 

 

Scheerling

De gevlekte scheerling komt voor langs wegen en op braakliggend land. De plant bevat een giftig alkaloïde. Vroeger was deze plant een geliefd zelfmoordmiddel.

 

 

De waterscheerling

Is een moerasplant die in vervuilde (dichtgeslibde) sloten voorkomt. De wortelstok bevat een zeer giftige stof maar ook de plant zelf is schadelijk.

 

 
 
©www.gezondheidvanmijnpaard.nl DISCLAIMER
   
NAAR BOVEN  HOME
 

 

 

Zoekwoord(en):
Gezondheid van mijn Paard