|
Hoe moet een paard bekapt worden?
Vaak wordt ons gevraagd hoe vaak het paard bekapt moet worden.
Pete Ramey, een Amerikaanse hoefsmid heeft hier ooit een zeer passende uitspraak over gedaan :
“De primaire factor dat de paardenwereld doet geloven dat een paard bekapt moet worden is het wachten met bekappen totdat de hoef er te beschadigd uitziet om te bekappen. We moeten bekappen voordat de schade optreed, niet erna “ .
Met andere woorden, wil je lang blijven genieten van je paard laat dan de hoefverzorging over aan iemand die hiervoor een degelijke opleiding heeft genoten. Deze persoon kan jouw aangeven wat de correcte interval is tussen 2 bekappingen.
Dat je zelf op regelmatige wijze de scherpe kant van de hoefwand afhaalt wil nog niet zeggen dat je nu je paard kunt bekappen.
Uiteraard zijn er door deze ontwikkelingen ook nieuwe alternatieven voor hoefijzers op de markt gekomen zoals hoefschoenen, plakbeslag of kunststof strips welke aan de hoefwand gelijmd kunnen worden.
Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat er steeds betere producten op de markt komen die een volwaardig alternatief voor een hoefijzer genoemd mogen worden.
In sommige gevallen ontkom je echter niet aan het toepassen van een hoefijzer.
Soms moet er nogal rigoureus worden ingegrepen als er hoefproblemen zijn. Mochten die dermate ernstig zijn dat er chirurgisch moet worden ingegrepen dan wordt er veelal gebruikt gemaakt van (speciaal) beslag.
Vaak worden hoefijzers ook aangeraden in combinatie met een leren zool tussen het hoefijzer en de zool van de hoef, veelal als een paard gevoelig loopt of een (pees) blessure heeft.
In het laatste geval wil men dan ook siliconen onder het leren zooltje aanbrengen.
Siliconen aanbrengen zou de functie moeten hebben dat er tegendruk in de zool komt waardoor de zool niet (natuurlijk) kan indalen.
Met indalen bedoelen we dat door de druk van het hoefbeen en de bovengelegen skeletdelen de zool van de hoef ( ca 2 cm ) naar de bodem beweegt.
De siliconen zouden dit moeten verhinderen, en zodoende de pezen moeten ontlasten.
De gedachte welke hierachter zit is goed, echter de uitvoering belabberd slecht en niet doordacht !
Stel het je even voor;
De hoefsmid beslaat de hoef met een ijzer en een zool . Vervolgens spuit hij de siliconenpasta tussen de zool en de hoef, deze pasta moet ongeveer een dag uitharden.
Wat er gebeurt is het volgende; Het paard zet zijn voet neer en gaat die vol belasten waardoor de hoef (natuurlijk) indaalt.
De siliconenpasta welke dus nog niet is ingehard zal nu eenvoudig worden samengeperst en tussen het zooltje en de hoef weggedrukt worden. Als het paard zijn voet optilt ontstaat er een onderdruk echter er wordt niets aangezogen. Binnen 24 uur is de hoeveelheid siliconen voldoende gereduceerd dat het effect compleet weg is.
Het enige effect wat ontstaat ( voornamelijk ook omdat er luchtkamers ontstaan ) is dat alles onder de siliconen en het zooltje gaat smetten.
In de meeste gevallen volstaat bij peesprobleen het paard ZONDER ijzers te zetten.
Dat scheelt al weer een dikke 8 mm wat de zool dichter bij de grond staat en dus minder kan indalen.
Daarnaast wordt de doorbloeding veel beter, en dat is juist wat de voet nu vraagt. Met andere woorden we gaan de natuurlijke capaciteit van de hoef zelf gebruiken.
In sommige gevallen kan een paard niet direct “vol” op zijn blote voeten lopen. Vaak laat men dan een randje hoefwand staan.
In plaats van siliconenpasta zijn er speciale producten op de markt gebaseerd op 2 componenten waarmee je een “blote voet” kan opvullen en daardoor extra support kan geven. Deze produkten harden binnen 3 minuten uit en zijn daarna vormvast. Er is dan geen sprake van luchtinsluiting dus geen nadelige gevolgen van rotstraal etc, mits volgens de voorschriften aangebracht.
Een goede hoefverzorging houdt niet op bij de hoefsmid, er wordt van eigenaar of eigenares ook wel wat verwacht.
Al eerder is aangegeven dat, wanneer je regelmatig zelf de hoefwand wat afschuint je de conditie van de hoef zeer lang goed kan houden. Weinig tot geen scheuren of stukken welke afbreken, geen brokkelhoeven meer etc.
Maar er is meer.
Zo kun je per maand meerdere maandsalarissen uitgeven aan allerlei supplementen die zo goed voor je paard moeten zijn.
Zo zouden er talrijke supplementen zijn die o zo belangrijk zijn voor de vorming van een goede kwaliteit hoefwand, de twee belangrijkste die geadviseerd worden ( ook de duursten ) zijn Biotine en Karabol.
ABSOLUUT ZONDE om hier ook maar ene Euro aan uit te geven.
Ga er maar van uit dat wanneer je paard brokkelhoeven heeft of scheurtjes krijgt of “zachte hoeven heeft” de oorzaak heel ergens anders zit.
Niet voor niets heten het supplementen, en supplementen zijn TOEVOEGINGEN aan de dagelijkse foerage.
Zou je hier ook niet de conclusie kunnen trekken dat dus het voer niet in orde is ??
Beter is het inderdaad om het voer aan een nader onderzoek te onderwerpen. Van nature zal een paard alles wat hij/zij nodig heeft voldoende tot zich nemen. We moeten ons realiseren dat wij een van de belangrijkste “taken” van het paard hebben overgenomen, namelijk bepalen welke voedingsstoffen hij/zij tot zich kan nemen.
Samen met voeding is ook huisvesting een heel belangrijke factor die bepalend is voor de kwaliteit van de hoeven.
Paarden in hun oorsprong zijn gewend om tientallen kilometers per dag af te leggen. Daarbij vinden 2 belangrijke verschijnselen plaats;
- Door het bewegen is de doorbloeding in hoeven / lichaam optimaal waardoor de voedingsstoffen op de juiste locaties kunnen worden afgeleverd
- Door het bewegen kunnen paarden een enorme variatie aan voer opzoeken en tot zich nemen, nooit is dit kuilgras of biks of muslies etc, maar zijn dat grof stengelige vezels, kruiden en mineralen
Deze 2 zaken zijn in principe de sleutel tot een gezond paard en gezonde hoeven, dus werk daar aan, besteed extra geld eventueel aan die zaken, maar je zult ervan opkijken, het is goedkoper dan alle middeltjes die je via het internet zo gemakkelijk kunt bestellen.
Vaak hoor je ook dat het goed is om hoeven “te vetten, in te oliën, of te teren.
Vet en olie zijn echter slecht voor de hoeven en bevorderen juist een slechte hoornkwaliteit.
Natuurlijk staat het “mooi” een setje ingevette hoeven maar in feite desorganiseer je de natuurlijke vochtwisseling in de hoeven.
Door vet of olie te gebruiken verhinder je de natuurlijke vochtregulatie in de hoef.
Door de hoeven te teren ( uiteraard alleen de onderkant… ) bereik je dat de zool en de straal harder wordt.
Echter hier schuilt ook een groot gevaar, namelijk dat wanneer de hoeven niet schoon zijn en vrij van bacteriën, deze bacteriën rotstraal of erger straalkanker kunnen veroorzaken.
Beter is het om dagelijks de straalgroeven goed schoon te maken en 1 x per week een beetje water met een druppeltje chloor te gebruiken om de aanwezige bacteriën te doden. Dan hou je de hoeven in de beste conditie
We kunnen ons voorstellen dat je na het lezen van het bovenstaande verhaal zoiets hebt van
“ik ga mijn paard van de ijzers halen” .
Uiteraard een heel verstandig besluit, mits je het gebruik van je paard goed hebt ingeschat.
Wat kan je nu zoal verwachten als je paard na jaren op ijzers te hebben gestaan, nu zonder ijzers verder gaat.
Als een paard al jaren op ijzers heeft gestaan zijn er ondertussen een aantal functies in de hoef niet meer werkzaam en zullen weer moeten gaan meespelen in het geheel.
Zo zullen haarvaatjes in de hoef door de betere doorbloeding ineens weer mee moeten gaan doen.
Zenuwen die door het jarenlange ijzergebruik geen prikkels hebben gekregen zijn doof geworden, wat wil zeggen dat de “tastfunctie” in de hoef doof is geworden.
Doordat deze zenuwen nu weer worden geprikkeld moeten die ook weer een functie gaan vervullen.
Dit zijn de 2 belangrijkste zaken welke een veroorzaker kunnen zijn voor hoeven die gevoelig zijn / worden.
Het is min of meer te vergelijken met het feit dat je een uurtje of 2 je been onder je lichaam hebt terwijl je op de bank hebt gezeten.
Als je dan gaat staan gaat het bloed weer stromen en moet het “gevoel” weer even terugkomen.
Waarschijnlijk is het gevoel wat terug gaat komen in de hoef ongeveer hetzelfde, alleen heeft hier de tijd een aantal jaren stilgestaan, of in ieder geval heeft het op een zeer laag pitje gestaan.
Een andere bepalende factor is de conditie van het laterale kraakbeen. Als een paard al zeer jong op ijzers wordt gezet zal dit een weke massa worden zonder enige structuur.
Paarden die in de eerste 5 jaren van hun leven op blote voeten hebben gelopen hebben vaak een veel compacter lateraal kraakbeen, wat dikker en stijver is.
Dergelijk weefsel kan veel meer support geven in de hoef en is veel beter in staat om de impact bij het landen te absorberen.
Het is daarom niet eerlijk om te zeggen dat elk paard zonder meer zonder ijzers kan.
Bijna elk paard kan zonder ijzers, maar in sommige gevallen vraagt dit toch wel een redelijke periode van overschakelen. En meerdere factoren spelen mee of de overgang van op ijzers naar blote voeten succesvol zal zijn. Aan deze factoren moet ook aandacht geschonken worden. Te denken valt aan huisvesting, voeding en beweging.
Maar ook hier is intussen bewezen dat hoefschoenen een enorme bijdrage kunnen leveren om deze mindere tijd door te komen.
Vaak zie je dat paarden de hoefschoenen dan maar tijdelijk nodig hebben, maar er zijn ook gevallen die de verdere rest van hun leven op hoefschoenen verder moeten.
Belangrijk is om je bij een dergelijke overstap goed te laten begeleiden door een vakbekwaam hoefverzorger. |