Gezondheid van mijn paard

Wormen en worminfecties

In Nederland komen meerdere wormen voor die ziektes kunnen veroorzaken bij paarden. Worminfecties kunnen diarree, koliek, verminderde groei, slechte conditie, luchtwegproblemen, bloedarmoede en andere klachten veroorzaken. Aangezien er vanuit gegaan kan worden dat alle weilanden in Nederland waar paarden op geweid worden besmet zijn met wormeieren of infectieuze larven is het van groot belang om worminfecties te voorkomen.

 

 

 

De in Nederland voorkomende wormen staan in de onderstaande tabel. De belangrijkste soorten zullen nader besproken worden.

 

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Plaats in maagdarmkanaal

Leeftijd van het paard

Strongylus vulgaris

Grote strongyliden

Larven in darmslagaders. Volwassen worm in blinde en dikke darm.

Alle leeftijden

Cyathostominae

Kleine strongyliden

Larven in darmwand van blinde en dikke darm. Volwassen wormen in blinde en dikke darm.

Alle leeftijden

Strongylus Edentatus

Grote strongyliden

Larven in lever en buikvlies. Volwassen wormen in blinde en dikke darm.

Alle leeftijden

Strongylus Equinus

Grote strongyliden

Larven in alvleesklier en lever.

Alle leeftijden

Anoplocephala Perfoliata

Lintworm

Volwassen wormen leven in de overgang laatste deel dunne darm (ileum) naar blinde darm.

Alle leeftijden

Strongyloides Westeri

Veulenworm

Larven maken trektocht via de longen. Volwassen wormen in de dunne darm.

Tot de leeftijd van 6 maanden.

Parascaris Equorum

Spoelworm

Larven maken trektocht via lever en longen. Volwassen spoelwormen in de dunne darm.

Tot de leeftijd van 1Š  2 jaar meestal jonger dan 6 maanden.

Fasciola Hepatica

Leverbot

Jonge en volwassen botten in lever en galgangen.

Alle leeftijden

Dictyocaulus Arnfieldi

Longworm

Larven en volwassen wormen in de longen

Alle leeftijden

Oxyuris Equi

Aarsmade

Volwassen worm in blinde/ dikke darm en rectum.

Alle leeftijden

Trichostrongulus Axei

Haarworm

Volwassen worm in maag.

Alle leeftijden

Gasterophilus Intestinalis

Larven van de paardenhorzel

Larven kunnen in de mond voorkomen maar met name de maag.

Alle leeftijden

 

 

Strongulus Vulgaris

 

Achtergrond

 

Strongylus Vulgaris is een van de meest voorkomende en belangrijkste wormen bij paarden in Nederland. Deze worm kan milde tot ernstige ziekteverschijnselen veroorzaken bij het paard.

Paarden nemen infectieuze larven op vanuit het weiland of andere omgeving. Deze larven kruipen de wand van de dunne of de dikke darm in en zetten hun tocht voort langs de vaatwand van de slagadertjes die de darm van bloed voorzien. Ze kruipen tegen de bloedstoom in en uiteindelijk komen ze uit bij een grote slagader, de arteria mesenterica cranialis, die door de scheilswortel heen loopt. De scheilswortel is een structuur waarmee de darmen van het paard aan het dak van de buikholte bevestigd zitten.

Ze blijven een tijdje in het weefsel van de wand van de slagader zitten, waar ze na een aantal weken vervellen om zich daarna met de bloedstroom weer mee te laten voeren naar de dikke of de blinde darm.

Daar aangekomen kruipen ze weer door de wand van de dikke en de blinde darm heen, worden de larven volwassen en gaan wormeieren produceren die weer uitgescheiden worden door het paard via de mest. Uit de eieren ontwikkelen zich infectieuze larven en zo raakt het weiland (weer) besmet. Het verblijf van de larven in het weefsel van de slagaderwand zorgt voor schade waardoor er bloedpropjes gevormd kunnen worden. Deze propjes kunnen loslaten en worden afgevoerd door het bloed richting de darm. Vlakbij de darmen zijn de takjes van de slagader heel nauw waardoor het bloedpropje vastloopt. Hierdoor wordt een deel van de darm tijdelijk niet van bloed voorzien waardoor het paard krampkoliek krijgt. Het (tijdelijk) verstoken zijn van bloedvoorziening wordt infarct genoemd. Na een tijdje nemen eventueel andere bloedvattakjes de bloedvoorziening over en verdwijnt de pijn weer.

 

Wanneer de schade rond de slagader in de scheilswortel groot is, kan er een uitgebreide vaatwandontsteking ontstaan. Dit wordt een wormaneurysma genoemd. De scheilswortel voelt dan bij rectaal opvoelen duidelijk verdikt, onregelmatig van oppervlak en hard aan. Bij aanraking kan het paard een pijnreactie laten zien. Als het paard te maken heeft met een flinke ontsteking van de scheilswortel kan koliek ook veroorzaakt worden door het wormaneurysma zelf dat pijnlijk is.

 

Symptomen en diagnose

 

Strongylus Vulgaris is een belangrijke oorzaak van krampkoliek. Ook kan de vaatwandontsteking voor koliek zorgen door pijnlijkheid, maar in ernstige gevallen ook omdat darmdelen hieraan vergroeid kunnen raken. Het paard kan koorts krijgen wanneer de vaatwandontsteking bijvoorbeeld met bacteriŽn geÔnfecteerd raakt. De meeste problemen worden dus veroorzaakt door de rondtrekkende larven. De volwassen wormen bevinden zich in de blinde en de dikke darm en kunnen zich vastzetten in de darmwand om bloed te zuigen. Het aantal volwassen wormen is normaal gesproken te gering om voor ziekte te zorgen. Wel kan een paard vage klachten tonen als wat te mager blijven, een doffe vacht en niet goed genoeg groeien. Dit komt mede omdat naast een besmetting met Stongylus Vulgaris er meestal ook sprake is van een infectie met andere strongyliden, zoals rode bloedworm.

De diagnose kan gesteld worden met behulp van mestonderzoek. Een mestmonster wordt na bewerking onder de microscoop bekeken en gecontroleerd op wormeieren. De wormeieren van Strongylus Vulgaris en rode bloedworm zijn eigenlijk niet van elkaar te onderscheiden.

 

Therapie

 

Preventie is het belangrijkst. Ernstige worminfecties kunnen voorkomen worden door een goed ontwormingsschema. Strongylus Vulgaris is effectief te behandelen met wormenkuren die ivermectine, moxidectine en pyrantel bevatten. Het ontwormingsschema wordt een stukje verder in de tekst nader toegelicht.

Uiteraard wordt in het geval van koliek een therapie ingesteld passend bij de oorzaak.

 

 

 

 

 

 

 

Rode bloedworm infectie

 

Achtergrond

 

Rode bloedwormen (Cyathostominae) kunnen paarden van alle leeftijden infecteren. Paarden bouwen geen goede immuniteit op tegen deze worm. De infectieuze larven worden opgenomen door het paard uit de omgeving en komen in de blinde darm en een deel van de dikke darm terecht. Daar dringen ze de darmwand in waar ze zich verder ontwikkelen om daarna weer terug te keren naar het darmlumen (holte van de darm) om daar uit te groeien tot volwassen worm. De wormen zetten zich vast met hun mondkapsels aan de darmwand en voeden zich met stukjes weefsel. Dit levert heel kleine beschadigingen op, maar als de wormen in grote aantallen aanwezig zijn kan dit tot diarree leiden door een verminderde darmfunctie. Het zijn vooral de larven die in en uit de darmwand kruipen die voor de grootste weefselschade zorgen.

 

 

 

 

 

Foto 1: links op de mestbal is een klein rood wormpje te zien. De rechterfoto toont de uitvergroting. Dit is een larve van de rode bloedworm.

 

Symptomen en diagnose

 

Er zijn twee vormen van rode bloedworm infectie te onderscheiden. Ten eerst een vorm waarbij er in de loop van de zomer tot en met het najaar veel volwassen wormen in het lumen en larven in de wand van de darm te vinden zijn. In dit geval is er meestal sprake van vage klachten zoals, verminderde groei, vermagering, een doffe vacht en wat slappe mest. Er kan echter ernstige diarree ontstaan bij een grote infectie en paarden kunnen ook koliekverschijnselen vertonen.

 

Ten tweede is er een ernstige vorm te onderscheiden die meestal aan het eind van de winter tot begin van het voorjaar optreedt (wintercyathostominose). De larven die in het najaar door het paard opgenomen zijn kruipen de darmwand in en kapselen zich in om in het paard te overwinteren. Zodra het voorjaar wordt, komen al deze larven ongeveer tegelijkertijd weer uit de darmwand gekropen. Dit geeft heel veel darmschade, waardoor ernstige waterdunne diarree ontstaat. Vaak kunnen er wormen in de mest gevonden worden. Deze zijn een paar cm lang en rood van kleur. De diarree kan vrij plotseling ontstaan, maar de paarden vermageren in de regel wel, wat duidt op problemen die langere tijd bestaan.

 

De diagnose kan gesteld worden door de mest te onderzoeken op wormeieren of op de wormen zelf. Er zijn alleen wormeieren te vinden als het paard te maken heeft met volwassen wormen in de darm. Als er alleen larven ingekapseld zitten in de darmwand zullen er dus geen wormeieren aangetroffen worden in de mest. Dan kan uit bloedonderzoek blijken dat het paard te maken heeft met een worminfectie.

 

Therapie

 

Het paard dient ontwormd te worden met een wormmiddel waar een werkzame stof in zit wat effectief is tegen rode bloedworm, zoals pyrantel, ivermectine of moxidectine. Het voordeel van moxidectine is dat deze stof ook werkzaam is tegen de larvale stadia van rode bloedworm. Als het paard te maken heeft met wintercyathostominose is vaak ook verdere behandeling nodig. Het paard moet dan behandeld worden met infusen en electrolyten tegen uitdroging. Een ontstekingsremmer kan nodig zijn om de ontstekingsreactie die in de darmwand ontstaat door de larven te onderdrukken.

 

Problemen veroorzaakt door rode bloedworm kunnen gepaard gaan met een salmonella infectie en met een ophoping van zand in de dikke darm wat ook weer diarree kan veroorzaken. Uiteraard wordt hierdoor het herstel negatief beÔnvloed. Het is daarom heel belangrijk om worminfecties bij paarden te voorkomen. Daartoe moeten paarden ontwormd worden met een middel dat een goede werkzame stof bevat en volgens het juiste wormschema wordt toegediend (staat aangegeven op de verpakking van de wormenkuur).

 

Paarden moeten de juiste dosering krijgen, zeker niet te weinig! Wanneer een paard een te lage dosering krijgt, blijven een aantal wormen in leven. Dit zijn wormen die redelijk immuun zijn tegen het gebruikte middel. Deze wormen zullen zich vermenigvuldigen en zorgen voor een nieuwe generatie die behoorlijk resistent kan zijn tegen het ontwormingsmiddel. Hierdoor wordt verdere opbouw van resistentie in de hand gewerkt.

 

 

Anoplocephala perfoliata/ Lintworm

 

Achtergrond

 

Anoplocephala Perfoliata is een lintworm die voor kan komen in het laatste deel van de dunne darm, de blinde darm en de dikke darm. De overgang van het laatste deel van de dunne darm naar de blinde darm is de voorkeursplaats van deze worm. Deze worm kan worden aangetroffen bij paarden van alle leeftijden, maar lijkt vaker voor te komen bij jonge dieren. Er komen nog meer soorten lintwormen voor bij het paard, maar Anoplocephala Perfoliata is de belangrijkste. Deze worm is lintvorming en maar een paar cm lang. Een lintworm zet zichzelf vast in de wand van de darm waardoor beschadigingen kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen ontstekingen en zweertjes gevormd worden. Dit heeft nadelige gevolgen voor de functie van de darm. De beweeglijkheid van de darm kan verminderd worden waardoor bijvoorbeeld verstoppingen van het laatste deel van de dunne darm kunnen ontstaan (ileumobstipatie). Daarnaast lijkt er een verband te zijn tussen lintwormen en een invaginatie van de punt van de blinde darm in de blinde darm zelf. Dit wil zeggen dat de punt van de blinde darm binnenste buiten gaat zitten en zich verplaatst naar de binnenkant van de blinde darm vergelijkbaar met een sok waarvan het teengedeelte binnenste buiten zit.

 

Symptomen en diagnose

 

Een paard met een infectie met lintwormen heeft over het algemeen geen (koliek)symptomen. Alleen bij ontstekingen en verstoppingen of invaginaties veroorzaakt door deze worm zal het paard natuurlijk wel koliekverschijnselen tonen. De diagnose kan gesteld worden door het aantonen van de wormeieren of proglottiden in de mest. Proglottiden zijn segmentjes die afbreken van de lintworm die gevuld zijn met wormeieren. Deze verlaten het paard via de mest en ontwikkelen zich tot larven die mosmijten infecteren en zich verspreiden via deze insectjes. Mosmijten komen voor op het weiland en worden door het paard samen met het gras opgenomen, waardoor het paard zich infecteert met larven van deze lintworm.

 

Therapie

 

Het paard moet ontwormd worden met een ontwormingsmiddel dat werkzaam is tegen lintwormen. Voorbeelden daarvan zijn pyrantel en praziquantel. Wanneer er sprake is van een verstopping of een invaginatie, dan zal een behandeling ingesteld worden tegen deze aandoeningen.

 

Anoplocephala perfoliata, lintworm, invaginatie blinde darm, ileumobstipatie

 

 

Strongyloides Westeri infectie

 

Achtergrond

 

Ongeveer alle veulens worden direct na de geboorte besmet met de worm Strongloides Westeri. De besmetting vindt plaats via de melk van de moeder of doordat de veulens aan de mest knabbelen waar de larven in zitten. De larven van deze worm dringen door de huid of de slijmvliezen van het veulen. Daarna maken de larven een trektocht door het lichaam via de longen richting bronchiŽn. Dan worden ze opgehoest en doorgeslikt en worden ze volwassen in de dunne darm. Alleen bij veulens jonger dan 6 maanden komen volwassen wormen voor in de darm. Oudere dieren hebben een afweer opgebouwd tegen deze worm, waardoor de larven niet volwassen kunnen worden, omdat ze niet hun trektocht via de longen kunnen maken. De larven blijven dan in het weefsel van het paard zitten. Bij merries worden deze larven geactiveerd rond het veulenen, waardoor ze uitgescheiden worden via de melk.

 

Symptomen en diagnose

 

Alleen als het veulen geÔnfecteerd is met zeer grote aantallen wormen kan er diarree ontstaan. Dit gebeurt dan maar zelden en als het gebeurt dan meestal op de leeftijd van een paar maanden wanneer het veulen vanuit de omgeving herhaaldelijk veel larven op heeft genomen. De larven die door de longen trekken kunnen hoesten veroorzaken. De diagnose kan bevestigd worden door het aantonen van wormeieren met behulp van een microscoop in de mest van het veulen. Dit kan natuurlijk alleen wanneer er al volwassen wormen in de dunne darm aanwezig zijn, zodat er wormeieren geproduceerd worden.

 

Therapie

 

Het veulen kan ontwormd worden met een middel dat werkzaam is tegen deze worm. Ivermectine is bijvoorbeeld een goede werkzame stof. Het is aan te raden om de merrie op de dag van het veulenen te ontwormen om zoveel mogelijk te voorkomen dat de merrie larven uit gaat scheiden via de melk. Het veulen dient een week tot tien dagen na de geboorte ontwormd te worden en vervolgens na 6 weken weer. Vanaf dan kan het veulen het normale schema van om de zes ŗ acht weken (afhankelijk van het ontwormingsmiddel) volgen.

 

Let op, niet alle wormenkuren zijn veilig voor het veulen. Lees de bijsluiter! Middelen die moxidectine bevatten mogen pas op de leeftijd van 4 maanden en ouder toegediend worden!

 

Verder is het aan te raden om de box waar het veulen in staat zo schoon mogelijk te houden. Iedere dag mest verwijderen en indien mogelijk veulen en merrie zo snel mogelijk in de wei.

 

 

Spoelworm/ Parascaris Equorum

 

Achtergrond

 

De spoelworm Parascaris Equorum komt eigenlijk alleen voor bij veulens en jaarlingen. De wormeitjes met daarin infectieuze larven worden opgenomen vanuit de omgeving (weide of veulenbox) en komen in de darm terecht. Van daaruit maken de larven een trektocht door het lichaam en komen via de lever en de longen in de keel terecht. Daar worden ze opgehoest en doorgeslikt en worden ze volwassen in de dunne darm.

 

Symptomen en diagnose

 

Vooral veulens tot 6 maanden oud kunnen te maken krijgen met larven van de spoelworm in de longen, waardoor ze kunnen gaan hoesten, neusuitvloeiing krijgen en enigszins benauwd worden. Ten gevolge van een ernstige infectie met volwassen spoelwormen in de dunne darm, kan de groei vertraagd zijn, kunnen de dieren te mager zijn, kan de vacht dof zijn en tonen de dieren zich niet fit. De worm kan aangetoond worden door mestonderzoek.  Onder de microscoop kunnen wormeieren te vinden zijn. Dit is natuurlijk alleen mogelijk als de spoelwormen zich al ontwikkeld hebben tot de volwassen stadia die eieren produceren.

 

Het kan voorkomen dat de worm zich ophoopt in de dunne darm, waardoor een afsluiting van de darm ontstaat. De veulens of jaarlingen krijgen dan ernstig koliek. De slijmvliezen worden rood, de polsfrequentie neemt toe. Het aantal darmgeluiden is sterk afgenomen en er komt weinig mest af. Omdat er niet of nauwelijks passage mogelijk is in de dunne darm, wordt de buik boller. Inhoud van de dunne darm kan naar de maag terugstromen en zorgen voor een maagoverlading. Wanneer een maagsonde via de neus wordt ingebracht kan de maaginhoud afgeheveld worden en vaak zijn daar spoelwormen in te vinden.

 

Een ophoping van Parascaris Equorum ontstaat vaak na het geven van een wormenkuur omdat de wormen dan massaal afsterven. Het gevaar hierbij is dat de worm hard wordt en in het geval van een ophoping door de darmwand heen kan prikken. Jonge dieren kunnen meestal niet rectaal opgevoeld worden om de diagnose te bevestigen, wel kan geprobeerd worden om met behulp van een echo van de buik de verstopping veroorzaakt door de spoelwormophoping te vinden.

 

Therapie

 

Veulens of jaarlingen met een ernstige Parascaris ophoping moeten zo snel mogelijk geopereerd worden. Het beste is uiteraard om infecties met (spoel)wormen te voorkomen. Dit betekent dat de merrie vlak voor of vlak na de bevalling ontwormd moet worden. Het veulen moet op de leeftijd van een week tot tien dagen ontwormd worden en dit moet na zes weken herhaald worden. Daarna kan het veulen volgens het schema van een volwassen paard ontwormd worden. Het schema is afhankelijk van het gekozen middel. Niet alle middelen zijn geschikt voor jonge veulens. Wormenkuren die moxidectine bevatten als werkzame stof mogen alleen toegediend worden vanaf de leeftijd van 4 maanden. Ivermectine en pyrantel zijn beide werkzame stoffen die zeer effectief zijn tegen spoelwormen. Als een veulen of jaarling waarvan vermoedt wordt dat het dier spoelwormen heeft ontwormd wordt, is het aan te raden om enige tijd na de wormenkuur paraffine in te geven met behulp van een maagsonde. Dit zorgt ervoor dat de dode spoelwormen minder snel ophopen en met de mest afgevoerd kunnen worden.

 

 

Dictyocaulus Arnfieldi

 

Achtergrond

 

Dictyocaulus Arnfieldi oftewel de longworm komt waarschijnlijk niet zo vaak voor bij paarden. Paarden kunnen in principe alleen besmet raken met deze worm wanneer ze geweid worden samen met ezels of op een weide staan waar eerder ezels op gelopen hebben. Een groot deel van de ezels is besmet met deze longworm, maar vertonen eigenlijk nooit ziekteverschijnselen. Ze zijn daardoor echter wel een bron van infectie voor paarden.

De volwassen wormen in ezels produceren wormeieren. Deze ontwikkelen zich tot larven en verlaten de ezel via de mest. De infectieuze larven worden over het weiland verspreid door Pilobolus spp, een bepaalde schimmelsoort. Het paard neemt de infectieuze larven op en deze maken een trektocht via het lymfevatsysteem naar de longen. Daar worden de larven volwassen en produceren weer eieren. Deze eieren worden met behulp van het trilhaar aan de binnenzijde van de luchtwegen richting keel getransporteerd. Het paard slikt de eieren door en die verlaten het lichaam als larven weer via de mest. Larven van de longworm kunnen dan ook aangetoond worden in de mest. Echter in de meeste gevallen kan de longworm niet de gehele cyclus afmaken in het paard, omdat het dier een flinke afweerreactie krijgt tegen de larven waardoor ze uit het lichaam verwijderd worden voordat ze volwassen zijn en eieren kunnen gaan produceren. Daardoor is het vaak niet mogelijk om larven van deze longworm in de mest van (zieke) paarden te vinden. Daarentegen kan wel de mest van de ezels onderzocht worden die samen met de paarden op het land hebben gestaan. Als in de mest van de ezels de larven van Dictyocaulus Arnfieldi aangetroffen worden, kan aangenomen worden dat ook de paarden met deze worm besmet zijn.

 

Symptomen en diagnose

 

Zoals eerder gezegd worden ezels bijna nooit ziek door een besmetting met longwormen. Paarden echter wel. Zij raken met de infectieuze larven besmet tijdens de zomerperiode waarbij ze samen met ezels op de wei hebben gestaan. In de nazomer of in de herfst zijn dan de eerste ziekteverschijnselen te verwachten. De paarden hoesten en krijgen vaak te maken met een bacteriŽle luchtweginfectie. De larven beschadigen de luchtwegen waardoor bacteriŽn de kans krijgen om aan te slaan. Hierdoor zullen de paarden een vieze neusuitvloeiing krijgen. De dieren kunnen erg benauwd worden en tijdens het onderzoek van de longen kunnen afwijkende ademgeluiden gehoord worden zoals ronchi, die ontstaan wanneer slijm in de luchtwegen door de luchtstroom in trilling gebracht wordt. Vaak kan er niet direct onderscheid gemaakt worden tussen COPD of andere luchtwegaandoeningen, maar als het paard in contact is geweest met ezels, wordt het paard verdacht van een longworm infectie. Het onderzoek naar larven in de mest is dus vaak negatief bij paarden. Om de diagnose te bevestigen kan een monster genomen worden van het slijm in de luchtpijp waarin dan de larven aangetoond kunnen worden.

 

Therapie

 

Longwormen zijn heel effectief te bestrijden met een wormenkuur die ivermectine bevat. Ezels die geen ziekteverschijnselen vertonen en hiermee behandeld worden hebben uiteraard een heel goede prognose. Paarden moeten ook behandeld worden met ivermectine en daarnaast moeten ze behandeld worden afhankelijk van de ziekteverschijnselen. Alleen uw dierenarts kan afhankelijk van de situatie beoordelen welke therapie nodig is. In het geval van koorts krijgen ze antibiotica en NSAIDís. NSAIDís zijn middelen die een ontstekingsremmende, koortsremmende en pijnstillende werking hebben vergelijkbaar met Paracetamolģ voor humaan gebruik. Omdat de dieren vaak te maken hebben met een bronchitis en benauwd zijn krijgen ze ventipulminģ om ervoor te zorgen dat de luchtwegen zich wat verwijden en het trilhaarepitheel geactiveerd wordt waardoor het slijm beter afgevoerd wordt. Helaas ontwikkelen paarden vaak een chronische bronchitis waardoor de hoestklachten zullen aanhouden.

Preventie is dus heel belangrijk. De beste manier om longworminfecties bij paarden te voorkomen is door ervoor te zorgen dat ezels en paarden niet op dezelfde weide komen te staan. Het is niet precies bekend hoe lang een besmetting op het weiland blijft nadat de ezels verwijderd zijn, maar er wordt vanuit gegaan dat minstens 10 maanden is. Als het niet mogelijk is de paarden en de ezels gescheiden te weiden dan is het zeer aan te raden om volgens een strikt schema te ontwormen. Voor Ivermectine geldt dat dit iedere 8 weken toegediend moet worden.

 

 

Fasciola Hepatica

 

Achtergrond

 

Fasciola Hepatica of leverbot is een platworm die vooral voorkomt bij runderen en schapen. De volwassen leverbotten leven in de galgangen en produceren eitjes die via de mest op het weiland terecht komen. Uit de eitjes ontstaat een larve die via nat gras richting sloot zwemt en zich daar nestelt in de poelslak (Lymnaea Truncatula). Daar maken ze een aantal ontwikkelingen door voordat ze deze slak weer verlaten om zich daarna als metacercarie (soort ingekapseld stadium van de larven van de leverbot) vast te zetten aan oeverplanten zoals waterkers. Runderen en schapen maar heel af en toe ook paarden krijgen deze metacercarien binnen door bijvoorbeeld het grazen langs de slootkanten. De larven komen in het maagdarmkanaal weer vrij vanuit de metacercarien en dringen de wand van de darm door en maken een trektocht richting de lever. Daar aangekomen trekken ze de lever door en komen uiteindelijk in de galgangen terecht waar ze uitgroeien tot volwassen leverbotten en weer eieren gaan produceren.

 

Symptomen en diagnose

 

Paarden met een leverbot infectie kunnen verschillende ziekteverschijnselen vertonen. Deze verschijnselen zijn niet heel specifiek. Samen met het feit dat leverbot infecties bij paarden niet vaak voorkomen, zorgt dit ervoor dat er meestal niet zo snel aan deze parasiet wordt gedacht. De verschijnselen lopen uiteen van verminderde belastbaarheid in het werk, doffe vacht, lusteloosheid, diarree, veranderde eetlust, koliekachtige verschijnselen en bloedarmoede. Om de diagnose te bevestigen kunnen mestmonsters genomen worden waarin gezocht wordt naar eitjes van de leverbotten.

 

Therapie

 

De paarden moeten ontwormd worden met een middel dat werkzaam is tegen leverbotten. Fasinexģ bevat de werkzame stof triclabendazol en is goed werkzaam tegen volwassen wormen en de jongere stadia van leverbotten. Afhankelijk van de symptomen kan het paard nog een ondersteunende therapie krijgen. Daarnaast kan de preventie bestaan uit het goed bijhouden van de slootkanten en een goede afwatering van het weiland, aangezien de leverbotten natte omstandigheden nodig hebben om hun levenscyclus te voltooien. Ook kan het aan te raden zijn om paarden niet op dezelfde percelen te weiden als runderen en schapen. Ieder najaar wordt er door de Werkgroep Leverbot prognose een schatting gegeven voor de mate van besmetting met leverbotten op het weiland in verschillende regioís van het land.

 

 

Oxyuris Equi

 

Achtergrond

 

Aarsmaden zijn wormen die vooral in de dikke darm en rond de anus voorkomen. Het mannetje is heel klein, ongeveer een cm, terwijl het vrouwtje tot ongeveer 15 cm lang kan worden. Het vrouwtje kruipt de darm uit om rond de anus eitjes te leggen. De eitjes zijn kleverig waardoor ze blijven plakken. Het zorgt echter wel voor jeuk waardoor de paarden schuren en proberen te bijten/ krabben op de plaatsen waar de eitjes vastgekleefd zitten en de larven zich ontwikkeld hebben. Zo nemen ze de larven weer op. Ook kunnen infectieuze larven in voer of drinkwater vallen en zo ook weer opgenomen worden door het paard. De opgenomen larven voeden zich met slijmvlies van de dikke darm en zorgen zo voor beschadigingen van de darmwand. Na een maand of 4Š 5 zijn de larven volwassen.

 

Deze wormen werden na het ontwormen gevonden. Ze waren half levend omdat ze niet zo heel goed reageren op ontwormingsmiddelen 

 

 

 

 

 

 

 

 

Symptomen en diagnose

 

Paarden met een aarsmade infectie schuren hun staart kapot om de jeuk veroorzaakt door de worm, de kleverige stof van de eitjes en larven in het gebied rond de anus tegen te gaan. Paarden met een ernstige infectie kunnen slechter in conditie raken. Wanneer het paard veel jeuk heeft kan het onrustig worden en minder goed gaan eten. In het gebied rond de anus kunnen geel-witte eitjes gevonden worden. Wanneer dit niet duidelijk te zien is, kan plakband uitkomst bieden. Door het plakband even rond de anus te plakken en weer te verwijderen, blijven de eitjes hieraan kleven. Daarna kunnen deze rechtstreeks onder de microscoop bekeken worden.

Doordat ze eitjes rond de anus leggen komen ze soms in een mestonderzoek niet naar voren.

 

 

 

Therapie

 

De paarden moeten ontwormd worden met een middel dat werkzaam is tegen aarsmaden. Ivermectine is een voorbeeld van een effectieve stof. Op de verpakking van een wormenkuur staat aangegeven tegen welke wormen een wormenkuur werkzaam is.

 

 

Gasterophilus Intestinalis

 

Achtergrond

 

De volwassen paardenhorzel steekt niet, maar zorgt wel voor onrust door gedurende de zomer kleine gele eitjes vast te kitten aan de haren van het paard. Doordat het paard de huid likt zal deze in het najaar de larven uit deze eitjes opnemen. De larven verblijven eerst een tijdje in het mondslijmvlies waarna ze worden doorgeslikt en zich vasthechten aan de wand van de maag. Daar overwinteren ze en in het voorjaar laten ze los waarna ze via de mest uitgescheiden worden. In de mest verpoppen ze zich en ontwikkelen tot volwassen paardenhorzel. Een paardenhorzel leeft een aantal dagen waarin deze zich voortplant en nieuwe eitjes zal vastkitten op de haren van een paard.

 

Symptomen en diagnose

 

Over het algemeen toont het paard geen symptomen. Alleen wanneer zeer veel larven zijn opgenomen kan dit voor kauwproblemen zorgen in het najaar en voor koliek en vermagering wanneer de larven zich massaal vast hebben gezet in de maag. De larven zorgen wel voor beschadiging van de maagwand doordat ze zich met vrij grote haken vastzetten.

 

Therapie

 

De paarden moeten in het najaar ontwormd worden met een wormenkuur dat een middel bevat dat effectief is tegen horzellarven. Ivermectine is bijvoorbeeld een goed werkzame stof.

 

 

 

Ontwormschema algemeen

 

Uit de voorgaande teksten blijkt wel dat in het geval van worminfecties, preventie zeer belangrijk is. Er zijn veel verschillend merken wormenkuren op de markt, maar in veel van deze kuren zijn dezelfde werkzame stoffen te vinden. Stoffen die momenteel een goed effect hebben en waar nog geen (grote) resistentie tegen ontwikkeld is zijn; ivermectine, moxidectine en pyrantel. Ivermectine wordt ook in combinatie met praziquantel aangeboden, dit om ervoor te zorgen dat ook lintwormen bestreden worden. Lintwormen zijn gevoelig voor praziquantel en pyrantel. De laatstgenoemde stof moet wanneer het gebruikt wordt voor de behandeling van lintworminfecties in de dubbele dosering toegediend worden. Op de verpakking van iedere wormenkuur staat aangegeven tegen welke wormen het allemaal werkzaam is, hoe hoog de dosering is en voor welke dieren de kuur geschikt is. Het voordeel van moxidectine is dat dit de enige kuur is die ook werkzaam is tegen de larvale stadia van de rode bloedworm.

 

Echter let op: moxidectine mag niet gebruikt worden voor het ontwormen van veulens jonger dan 4 maanden! Dit kan voor ernstige bijwerkingen zorgen vooral wanneer de dosering overschreden wordt.

 

Op de verpakking of de bijsluiter staat ook aangegeven wat het ontwormschema is, dus om de hoeveel tijd het paard opnieuw ontwormt moet worden. Voor pyrantel is dit 6 weken, voor moxidectine is dit 12 weken en voor ivermectine is dit 8 weken. Soms wordt geadviseerd om in de winterperiode een kuur over te slaan, omdat de buiten temperatuur dan te laag is om uitgescheiden wormeieren te laten ontwikkelen tot infectieuze eitjes of larven. In de praktijk blijkt dat paarden soms toch in de winterperiode een worminfectie kunnen oplopen.

Om resistentie te voorkomen is het goed om een aantal zaken in ogenschouw te nemen. Zorg dat het paard nooit te laag gedoseerd wordt. Momenteel zijn er een aantal die wormenkuren aanbieden die per spuit genoeg ontwormingsmiddel bevatten voor een paard tot 800 kg. Veel paarden gaan gemakkelijk over de 600 kg heen waardoor niet alle wormen gedood worden. De wormen die over blijven zijn enigszins resistent tegen het gebruikte middel en omdat zij de wormenkuur overleefd hebben, zullen ze zich gaan vermenigvuldigen waardoor een hele nieuwe generatie wormen ontstaat die enigszins ongevoelig zijn voor het desbetreffende middel. Wanneer paarden in groepen op het land staan is het van belang om de paarden twee dagen voor de start van de weideperiode te ontwormen en dat bij alle paarden tegelijk te doen. Ook is het advies om de paarden daarna allemaal volgens hetzelfde ontwormschema te behandelen.

 

Naast ontwormen zijn er nog andere manieren om worminfecties te beperken of te voorkomen. Op tijd omweiden waardoor de infectiedruk op het weiland beperkt blijft, tussendoor maaien en hooien zodat veel wormeieren of larven sterven door uitdroging of afwisselend weiden van andere diersoorten. Heel effectief is om regelmatig de mest uit het weiland te verwijderen, maar dit is heel arbeidsintensief.

 

 

Schema voor het ontwormen van veulens

 

Bij veulens komen een paar andere wormen voor dan bij het volwassen paard. Strongyloides Westeri is daar een voorbeeld van. Het veulen neemt deze worm op onder andere via de moedermelk. Het veulen kan ontwormd worden met een middel dat werkzaam is tegen deze worm. Ivermectine is bijvoorbeeld een goed werkzame en voor het veulen ook een veilige stof. Het is aan te raden om de merrie op de dag van het veulenen te ontwormen om zoveel mogelijk te voorkomen dat de merrie larven uit gaat scheiden via de melk. Het veulen dient een week tot tien dagen na de geboorte ontwormd te worden en vervolgens na 6 weken weer. Vanaf dan kan het veulen het normale schema van om de zes ŗ acht weken (afhankelijk van het ontwormingsmiddel) volgen.

 

Let op, niet alle wormenkuren zijn veilig voor het veulen. Lees de bijsluiter! Middelen die moxidectine bevatten mogen pas op de leeftijd van 4 maanden en ouder toegediend worden!

 

Verder is het aan te raden om de box waar het veulen in staat zo schoon mogelijk te houden. Iedere dag mest verwijderen en zo mogelijk veulen en merrie zo snel mogelijk in de wei.

 

 

Voor meer informatie verwijzen wij uw graag naar uw eigen dierenarts!

 

 

 

 

©www.gezondheidvanmijnpaard.nl                                                                 NAAR BOVEN 

 

DISCLAIMER                                                                                         HOME

 

 

Zoekwoord(en):
Gezondheid van mijn Paard